De nabeschouwing – Parabool 2

“ Mam. Hoe.. Hoe gaat het met opa?”

“ Och lieverd, niet zo goed. Je opa heeft geen pijn, maar hij is al op weg naar de volgende wereld. Ga er maar vanuit dat dit een afscheid zal zijn.”

“ O nee toch..”

Daar zit hij dan. Wat een mooi leven heeft hij toch gehad. Vol liefde en plezier. Wat kan ik nog tegen hem zeggen? Wat moet ik nog aan hem kwijt?

“Vergeet je straks niet nog even langs de huisarts te gaan voor je aambeienzalf?”

Bah, verpest mijn moeder dit emotionele moment.

“ Is goed mam.”

Waar was ik? O ja.

“Opa..”

Het blijft stil.

“Opa. Kan je me horen?”

“…”

“Opa. *Snik* Word toch wakker! Kom, vertel me nog eens over al die verhalen bij de Parabool? Over het Paraweekend. Over het ISKT, de Biro. Over al die gekke vrienden.. over alles! Vertel het me !”

“…”

Ik voel de hand van mijn vader op mijn schouder neerkomen.

“Laat het gaan jongen. Hij hoort je niet meer.”

“NEE! Hij moet me horen. ”

Maar ik weet beter. Het is te laat. Oo, hoe graag zou ik hem nog één keer willen horen vertellen over die goede oude tijd bij de Parabool. Toen ze er nog een kantine hadden die niet groter was dan een kleine woonkamer. Dat je er minder dan een euro hoefde te betalen voor een flesje bier. Dat je er.. naja, voor de rest is eigenlijk alles precies hetzelfde gebleven.

Terneergeslagen loop ik met mijn ouders weg.

“Was ik maar op tijd geweest om hem te vertellen dat ik dit jaar eindelijk kampioen ben geworden met mijn paarse makkers.”

“Kampioen?” meen ik zachtjes te horen.

Wat was dat? Kwam dat bij opa vandaan?

“Had je het over een kampioenschap?”

O M mottafreaking G. Opa zit ineens rechtop in bed. Het is een wonder!

“5 jaar..” Begint hij, terwijl hij uit zijn bed springt. “5 jaar moest ik wachten op een kampioenschap bij de Parabool. En toen kwam mijn laatste jaar als spelend lid. Toen gebeurde het eindelijk!”

Opeens pakt hij er een medaille bij die hij onder zijn trui verstopt had.

“Kijk eens jongen. Kom eens hier. Het is mijn geluksmedaille.”

Ik kijk naar de medaille, maar kan niet lezen wat erop staat. Enerzijds omdat mijn zicht troebel is geworden door mijn vreugdetranen, anderzijds omdat de letters die in de medaille hebben gestaan versleten zijn door de tijd.

“Na elke belangrijke gewonnen wedstrijd droeg ik dit schatje onder de douche om onze superioriteit te bekrachtigen. Ga zitten jongen. Dan zal ik nog één laatste verhaal uit mijn oude ziel trekken. Eén laatste wedstrijdverslag schrapen uit die overgebruikte put. Het verslag over de kampioenswedstrijd.”

“Wauw opa! Wie zaten er toen allemaal bij je in het team?”

“Goh. Je had Allard de spits, die naast het scoren van vele doelpunten ook heel erg van rennen hield en ballen kon vangen met de rug van zijn hand.

Dan had je nog Folkert. Die hield minder van lopen, maar was sterk als een beer en had als hobby om ballen van 12 meter te scoren terwijl hij naar achteren leunde.

O en Gerrit natuurlijk, de beste verdediger van de club. Al speelde die de kampioenswedstrijd met het 1 e mee.

Ook Martijn kon jammer genoeg toen niet meespelen, maar in zijn geval kwam dat door een enkelblessure. O, die Martijn. Altijd als mijn blauwe pilletjes op zijn denk ik gewoon even aan al die opwindende goals die hij ooit maakte op het GNSK en dan is alles weer goed.

En dan nog veelzijdige Patrick. Eerder bekend om zijn rebound en snoeiharde blokjes, maar na het kampioensjaar wist iedereen dat hij ook nog eens goed kon schieten.

O, en Jilt deed ook nog even mee die wedstrijd!”

“ Dé Jilt? Die kale van dat enorme standbeeld voor het clubhuis?”

“ Jazeker, een beeld op ware grootte overigens. Helaas werd dat met zijn lengte nogal een duur project, dus moest het worden stopgezet toen bij het uitbeitelen van zijn mooie kapsel bleek dat het budget overschreden was. Had de Accie toen de top maar gladgeschuurd om er nog wat van te maken.”

“En de dames van het team opa? Hoe waren die? Waren ze.. hihi.. knap?”

“Dacht je dat opa met lelijke vrouwen zou gaan spelen? Nee, natuurlijk niet. Eens zien. Anne was er natuurlijk. Het schoolvoorbeeld van iemand die uit het niets een goal kon forceren én degene die misschien wel voor het eerst begon met het maken van wedstrijdverslagen die leuk waren om te lezen.

Dan was er Karin, een speler die net als ik zo’n beetje elk team van de Parabool had doorlopen in haar studentenkorfbalcarrière. Bloedzuiver schot en ze had ook nog eens een hele attente vriend. Hele lieve jongen, sloeg dat jaar geen wedstrijd van haar over.

Dan had je Lysette die vanuit elke hoek kon schieten, maakte niet uit hoe ver ze van de korf stond. Soms snapte je niks van de goals die daaruit voortkwamen.

En Marjan. Die erachter kwam dat ze doorloopballen met twee handen schieten lastig vond en toen maar besloot om one-hander specialist te worden. Ongelooflijk.

En Marlies. Een lief meisje buiten het veld, maar een genadeloze stier in het veld. Die gaf haar leven als ze ook maar een klein gaatje zag om de bal te onderscheppen.

O. En dan waren er ook nog een aantal dames die niet bij de kampioenswedstrijd waren! Meike de meesterpasser zat op dat moment al in één en.. ah, natuurlijk, Tetske was die pot ook met het eerste mee. Goh Tetske. Die kon een bal harder gooien dan een kerel. Speelde je vrij terwijl je niet eens wist dat je vrij stond.”

“Maar vertel nou eens over de wedstrijd opa!”

“Straks jongen. Want ik moet natuurlijk eindigen met de wereldcoach die we dat jaar hadden. Gouwe ouwe Rienk.”

“Rienk? Die van dat filmpje tegen Sparta Zwolle?”

“Precies. Hij was mijn oud-teamgenoot, oud-vakgenoot en oud-trainer/coach. Coachte zoals hij speelde: rustig, maar fanatiek. En ook was hij stiekem heel emotioneel! Ik kan het nu wel zeggen, maar hij heeft me ooit eens in vertrouwen verteld dat hij sommige wedstrijden die hij coachte zo volmaakt vond dat hij stiekem wel eens een traantje moest wegpinken als niemand keek.”

“Maar opa! Vertel nou eens wat over die wedstrijd!”

“Ach jongen, vergeet die wedstrijd. Begrijp me niet verkeerd, die wedstrijd was geweldig, maar weet je wat nog mooier is? Het warme gevoel dat ik heb overgehouden aan dat mooie jaar bij de club. Aan ál die mooie jaren! Gebeurtenissen vergeet je, een gevoel onthoud je voor eeuwig.”

“Goh.”

Ik zeg opa gedag en ga er weer vandoor. Verdrietig was ik naar hem toegegaan, maar nu… ga ik er boos weer weg! Heb ik een kwartier staan wachten op een verslag van die kampioenswedstrijd, komt die seniele lul er met geen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s