De put – Parabool 2

Er was eens een meisje, dat woonde in een huisje. Een klein, schattig huisje, net als het meisje. Dit huisje stond aan de rand van een groot en donker bos.
Om de tuin van het huisje zat een houten hek, zodat het meisje niet zomaar het donkere bos in kon. Op twee steenworpen afstand van de rand van de tuin stond een put, een stenen waterput.
Niemand had deze put ooit nodig, want waterleidingen enzo.

Op een dag was het meisje alleen thuis, want de leraren waren gaan staken, haar ouders werkten allebei fulltime en de oppas was niet op komen dagen vanwege een tinderdate.
Ze verveelde zich. Al haar vriendinnetjes woonden te ver weg om bij op bezoek te gaan, al haar twee boeken had ze al gelezen en op tv was alleen Tommy Teleshopping voor.
Het was een warme dag, dus ze besloot naar buiten te gaan. Aarzelend stond ze bij het hek. Haar ouders hadden haar verboden om het grote, donkere bos in te gaan, maar in de tuin was ook niets te doen. Jarenlang had het bos haar uitnodigend aangekeken, maar nooit had ze zijn blik beantwoord. Tot ze iets zag schitteren bij de put. Achteraf zou ze zeggen dat het verbeelding was geweest, maar op het moment wist ze het zeker: er bewoog iets of iemand zich bij de put.
Ze stapte over het hek en liep naar de put. Het was geen groot eind, maar achter zich zag ze het huisje al snel kleiner en kleiner worden. Veel te snel. Maar voordat ze daar goed over na kon denken, schudde ze de gedachte van zich af.
Nog enkele passen en dan was ze bij de put. In plaats van angst en spanning voelde ze een soort rust over zich heen komen toen ze de put had bereikt. Was dit wat haar moeder bedoelde toen ze het over Bikram Yoga had?
Ze liep een rondje om de put heen, maar er was niet geks te zien. Het was een gewone put. Nouja, zoals ze die in boeken had gezien. Sprookjesboeken, over magische putten met magische krachten. Bodemloze putten, die geen einde kenden. Ze rilde even bij die gedachte. Zou deze put ook zo zijn?

Ze haalde één keer diep adem en keek toen de put in.

Niets.

Er was niets te zien.

Behalve mos, steentjes, en bladeren die de put in waren gevlogen.

Deze put was niet bodemloos, maar hooguit drie meter diep.

Jammer.

Ze haalde haar schouders op en liep weer terug naar huis, die heel natuurlijk weer groter en groter werd totdat ze de deur had bereikt.
Thuis ontdekte ze dat haar maag intussen wel bodemloos was geworden. Terwijl ze een kapsalon en drie biertjes naar binnen werkte, dacht ze aan de Paarse Helden van 2. Ze probeerde een vergelijking te maken tussen de put en hen. Maar het was lastig. Die put was maar gewoon, normaal. Maar het tweede was een team dat altijd ergens grote, magische krachten uit kon putten. Een bijzonder, inspirerend team. Een team dat in mensenheugenis zou staan tot in de oneindigheid. Een team dat keer op keer een sprookje op het veld neer kon zetten.

Behalve afgelopen zaterdag, tegen ASVD. Dat was een sneue wedstrijd.

Bedankt voor uw aandacht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s